Paul Hoyer leeft voort op zijn galerij

Zowel beneden in de hal als op de tweede etage van het complex aan de Helftheuvelpassage hangen de muren vol met zijn kleurrijke werk. Zijn weduwe, de 86-jarige Toos Hoyer-Kampmann, komt nog vrijwel dagelijks langs de schilderijen van haar overleden man Paul. 'Ik kan ze wel missen hoor. Ik heb thuis nog genoeg.'

Dat Paul überhaupt begon met schilderen, kwam door Toos. "Ik ging al naar de schilderclub in de Grevelingen en stimuleerde hem om mee te gaan. Ik werkte graag met pastelkrijt, Paul liever met acryl- en olieverf. Hij hield van felle kleuren, zoals Picasso en de Waalwijkse Josien Broeren die gebruiken. Omdat ik de verflucht heftig vond, zaten we ieder aan een andere tafel." Kort voor zijn dood vroeg de buurman aan Paul of hij niet wat schilderijen over had, om het complex op te fleuren. "Mijn man gaf er direct een heel stel weg, hij heeft nog net gezien dat ze werden opgehangen."

Sinds Paul twee jaar geleden plotseling overleed, schildert Toos niet meer. "Er komt niets meer uit mijn handen. In juli zouden we 65 jaar getrouwd zijn geweest, ik kan het maar moeilijk loslaten. Maar de schilderijen in de flat blijven hangen. Ze horen daar."